Droomhuis voor de huismus

2019 - NR 0319 Interview: misja boonzaayer
natuurinclusief bouwen
natuurinclusief bouwen
natuurinclusief bouwen
natuurinclusief bouwen
Read Carefully
Delen
FacebookLinkedInEmail

Tjilp, Tjilp!

Als het aan de huismus ligt, was vroeger alles beter. Toen waren we rommelig. Bouwden we huizen met hoekjes en kieren, en veegden we niet altijd onze eigen straatjes brandschoon. Dat bood ideale omstandigheden voor stadsvogels en vleermuizen om te kunnen wonen en te eten. Maar de verstening van de dorpen en steden, en het steeds ‘strakker’ bouwen van woningen, zet de habitat van stadsdieren onder druk. Om natuur te behouden in dorpen en steden, moeten we natuurinclusief bouwen. 

Wat is het eigenlijk, natuurinclusief bouwen?

Laura van Heeswijk van de provincie Overijssel: “Kortgezegd is bij deze vorm van bouwen de natuur al op de tekentafel onderdeel van bouw- en ontwikkelplannen voor bijvoorbeeld nieuwbouwwijken, bedrijventerreinen en renovaties.” Van Heeswijk werkt als strategisch adviseur Natuur & Duurzaamheid bij de provincie Overijssel. “Ik ben verantwoordelijk voor beleidsontwikkeling en strategische positionering op het thema natuur.” Een taak die in 2017, toen alle provincies in de breedte verantwoordelijk werden voor het natuurbeleid, haar volle aandacht kreeg.

‘Uiteindelijk willen we dat natuurinclusiviteit vanzelfsprekend is’

Wel willen maar niet kunnen

“We begonnen met het organiseren van een breed netwerk om ons heen. We spraken met natuurbeheerders, architecten, hoveniers, ontwikkelaars, gemeenten, woningcorporaties… allerlei organisaties die we de vraag stelden: doen jullie iets aan natuurinclusief bouwen? Zo nee, waarom niet? En zo ja, heb je alles wat je nodig hebt?” Van Heeswijk ontdekte vrij snel dat heel veel mensen welwillend zijn, maar niet voldoende praktische kennis hebben. “Daar lag dus een behoefte.”

natuurinclusief bouwen

Open speelveld

Martin Huiskes van LKSVDD architecten herkent dat. “De meeste mensen weten wel wat natuurinclusief bouwen is. Ze zien ook nut en noodzaak wel. Maar om het daadwerkelijk te doen is best ingewikkeld. Het zit niet in onze genen”, legt hij uit. En daarmee gebeurt, wat Huiskes betreft, natuurinclusief bouwen nog steeds te weinig. “Nu kost natuurinclusief bouwen vooral geld, is een veelgehoord argument. Ik vind daarom dat we het speelveld moeten effenen. Inbedden in de regelgeving bijvoorbeeld. Wie waarde toevoegt aan de maatschappij, mag daarvoor beloond worden. Daarmee voorkom je dat keuzes alleen maar gebaseerd zijn op geld. Want de goedkoopste optie is altijd die met de kortste visie, maar die blijkt uiteindelijk minder van waarde.”

‘De goedkoopste optie is altijd die met de kortste visie’

Belonen en kennisdelen lijken dus  de sleutelwoorden. Huiskes: “Door iedereen te betrekken, kunnen we elkaar versterken. Het is niet alleen een opgave van de architect. De gemeente heeft bijvoorbeeld een belangrijke rol bij het inrichten van de openbare ruimte. Die moet ook natuurinclusief zijn. Heel moeilijk is het niet. Je moet alleen wel weten hoe.” De tuttige netheid die je ziet in stadsparken, openbare ruimten en ook tuinen moet veranderen, bepleit Huiskes. “Richt ruimten in zo dat de natuur zoveel mogelijk zijn gang kan gaan. Daarnaast moeten we onze gebouwen veel meer toegankelijk maken voor huisvesting van dieren. DS landschapsarchitecten kent bijvoorbeeld een biodiversiteitsscan. Op deze manier kun je inventariseren hoe je gebieden het beste kunt inrichten om de biodiversiteit van de flora en fauna te versterken.”

Als een kanarie in een kolenmijn

Van Heeswijk: “Toen ons helder werd dat er een grote behoefte was aan praktische kennis, hebben we samenwerking gezocht met de Vogelbescherming. Vogels in de stad, vleermuizen trouwens ook, hebben we als uitgangspositie genomen. Als er vogels zijn, is er eten voor vogels, en als er eten voor vogels is, dan is er voldoende juiste beplanting.”

Femke Jochems van de Vogelbescherming valt bij: “Vogels zijn graadmeter voor de kwaliteit van de leefomgeving. Ze zeggen iets over de gezondheid van de stad. Zoals een kanarie in een kolenmijn. Gaat het goed met de vogels in een stad, dan gaat het goed met het groen in de omgeving. Mensen die in een groene omgeving wonen, voelen zich niet alleen gezonder, maar uit onderzoek blijkt dat ze dat ook daadwerkelijk zijn.” Jochems werkt bij team Stad, dat er in 2004 kwam toen de huismus op de Rode Lijst kwam. Er is sindsdien al veel veranderd en gebeurd. “We hebben bijvoorbeeld De Checklist Groen Bouwen ontwikkeld. Die biedt hulp bij effectief ‘vergroenen’.”

‘De laatste vraag is altijd: ‘Ze komen toch wel?’

Advies in een kit

Op 20 november wordt de Toolbox Natuurinclusief Bouwen gelanceerd. Van Heeswijk: “Daarmee hebben we echt kennis en tips bij elkaar. In principe is hij er voor iedereen die zich bezighoudt met nieuwbouw, renovatie, projectontwikkeling of planvorming. Grote partijen, maar ook particulieren met een eigen huis. Uiteindelijk willen we dat natuurinclusiviteit vanzelfsprekend is.” Jochems: “De toolkit is dan te vinden op www.bouwnatuurinclusief.nl. We geven hierin concreet advies. Van de ideale hoogte van een nestkastje tot welke beplanting nodig is voor voedsel van stadsvogels.”

natuurinclusief bouwen

Natuurlijk systeem

Huiskes juicht dit toe. “Het is onze plicht om onze leefomgeving te onderhouden. En heel moeilijk is het niet. Sterker: hoe minder je doet, hoe beter het is. Laat die bladeren maar gewoon in je border liggen. Daar kruipen dan vanzelf een keer de egels door.” Huiskes pleit niet alleen voor een aanpassing van de wetgeving in het voordeel van natuurinclusiviteit, maar ook voor beter begrip van het systeem. “Neem de eikenprocessierups. Daar hebben we de afgelopen jaren heel veel last van. Gemeenten tasten diep in de buidel om ze professioneel te laten verwijderen. Maar het systeem klopt niet. Als je alleen maar eiken bij elkaar zet, dan bied je ideale omstandigheden voor de processierups. Zet er andere bomen bij en je hebt een omgeving die op natuurlijke manier het beheer doet. Dat hoeven wij echt niet te doen. Bomen helpen elkaar.”

Laat maar liggen, laat maar komen

Zowel Martin Huiskes als Femke Jochems en Laura van Heeswijk merken dat het onderwerp soms nog steeds een beetje lastig is. Huiskes stuit nog te vaak op het argument geld. En voor de provincie Overijssel ligt er nog een uitdaging om niet alleen gemeenten en ontwikkelaars te bereiken, maar ook de mensen die uiteindelijk in die tuin of op dat balkon zitten. Van Heeswijk: “In de herfst starten we met een campagne. We beginnen met precies wat Martin ook zegt: laat die blaadjes vooral liggen.” Ook Femke Jochems geeft aan dat er nog veel te doen is. “Mensen vinden stadsvogels op de een of andere manier een moeilijk onderwerp. Maar de laatste vraag is bijna altijd: ‘ze komen toch wel?’”

En wat doe jij?

Weten wat jij kunt doen voor de gezondheid van je leefomgeving? De provincie Overijssel vertelt op www.natuurvoorelkaar.nl wat je kunt doen om de natuur naar je toe te halen. Naast natuurinclusief bouwen zijn er nog acht projecten die bijdragen aan een groener Overijssel. Natuur voor elkaar heeft ook een serie filmpjes gemaakt over natuurinclusief bouwen.

Bekijk ze op www.stadszaken.nl/ruimte/groen/2303/5-perspectieven-op-natuurinclusief-bouwen.
Op www.vogelbescherming.nl en op www.checklistgroenbouwen.nl is informatie te vinden over hoe we vogels rondom ons huis de beste omstandigheden kunnen bieden.
En kijk tot slot vanaf 20 november vooral op www.bouwnatuurinclusief.nl. Voor iedereen die een aanpassing in de ruimte doet. Wie daarvoor een natuurinclusief ontwerp wil, kan zijn licht opsteken bij www.lksvdd.nl

Delen
FacebookLinkedInEmail

Thema’s

  • Bouw Wonen | Bouwen | Utiliteit
  • New world Circulair | MVO | Duurzaam
  • Overheid Stad | Dorp | Bestuur
  • Relax Vrijetijd | Cultuur | Natuur | Sport
  • Zaken Ondernemen van advies tot zorg
  • AGRI Food | Agrarisch
  • Onderwijs Middelbaar | Hoger

Voorgaande edities

NR0219 – 2019
NR0119 – 2019
NR0118 – 2018

Animatie video

Top